Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Pratylenchus penetrans in aardappel

Wortellesieaaltjes kunnen zich goed vermeerderen op aardappelen en veroorzaken matige schade.
In het gewas geeft het symptomen die aan aardappelmoeheid doen denken, zoals achterblijven in groei en later sluiten van het gewas.
Dit aaltje is vaak heel egaal over het perceel verdeeld. Groeiremming valt hierdoor veel minder op dan bij aardappelmoeheid, waar de aaltjes veel meer pleksgewijs voorkomen.
De schade uit zich in verminderde opbrengst.

Bestrijdingsadvies

Bij een besmetting met wortellesieaaltjes moeten vlinderbloemige gewassen in het bouwplan vermeden worden omdat ze zeer hoge aaltjesdichtheden achterlaten.
Ook met groenbemesters moet voorzichtig worden omgegaan omdat ze het groeiseizoen van het aaltje verlengen. Als er voor stuifbestrijding een groenbemester geteeld moet worden dan kan deze het best doodgespoten worden zodra er genoeg gewas op staat. Engels raaigras is de beste keus omdat dit gewas het aaltje het minst vermeerdert.
Bieten en koolsoorten kunnen een hoge populatiedichtheid saneren.

De teelt van Tagetes patula heeft een sterk bestrijdende werking op Pratylenchus-soorten. Tagetes kan vanaf mei (vorstgevoelig) tot de eerste helft van juli gezaaid worden. Er zijn twee tot drie maanden voor nodig voordat de hele bouwvoor doorworteld is en Tagetes zijn sanerende werk heeft gedaan.

De toepassing van een granulaat in een halve dosering volvelds, zorgt dat er minder vermeerdering van de aaltjes zal zijn. De toepassing kan een opbrengstverhogend effect hebben mits de besmetting niet al te hoog is (< 500 P. penetrans / 100ml grond incl incubatie). Bij hogere besmettingen is een volle dosering granulaat nodig om een opbrengstverhoging te realiseren. Dit zal niet snel financieel rendabel zijn. Granulaten werken niet op alle grondsoorten even effectief.
Kijk voor de juiste toelatingen op de site van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden CTGB www.ctgb.nl

Achtergrondinformatie

Zetmeelaardappelrassen verschillen in tolerantie tegen het wortellesieaaltje. Uit veldonderzoek van het Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) zijn de volgende rasverschillen gebleken:
Tolerant: Festien en Karakter.
Gevoelig: Katinka, Starga en Kantara.
Zeer gevoelig: Karnico, Mercator en Seresta.

 

 

De gecombineerde besmetting van Verticliium Dahliae met Pratylenchus penetrans zorgt voor een versterkt ziektebeeld.

Groeiremming veroozaakt door P. penetrans; vóóraan 1100 en achteraan 500 aaltjes per 100 ml grond.

Pratylenchus penetrans versterkt het optreden van verwelkingsziekte. Typisch voor Verticillium dahliae is de loodglans op de vroeg afgestorven stengels. Loodglans is de grijsverkleuring door de vorming van microsclerotiën.

Lesie veroorzaakt door Pratylenchus penetrans. In het beginstadium is de aantasting niet meer dan een bruin streepje.

Schadebeeld van Pratylenchus penetrans op aardappelwortels. Bruine ingezonken lesies, in een eerder stadium als bruine streepjes in de lengterichting van de wortel.

Schadebeeld van Pratylenchus penetrans op aardappelwortels. Bruine ingezonken lesies, in een eerder stadium als bruine streepjes in de lengterichting van de wortel.

Schadebeeld van Pratylenchus penetrans op aardappelwortels. In het laatste stadium kan de buitenste laag van de wortels afgestript worden. In een eerder stadium als bruine streepjes in de lengterichting van de wortel en later als bruine ingezonken plekken.

Schade in aardappelknol veroorzaakt door P. penetrans, gezien in Griekenland. In Nederland nog niet gesignaleerd.