Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Meloidogyne hapla in suikerbiet

Het noordelijk wortelknobbelaaltje kan zich sterk vermeerderen op suikerbieten en het gewas ondervindt matige schade.
Deze schade uit zich in een vertakte penwortel.

Omdat kwaliteitsverlies hard doortikt in het saldo, ligt de schadedrempel voor penvormende gewassen bij enkele larven per 100 ml. grond.
Meloidogyne hapla vermeerdert zich alleen op dicotyle gewassen. Monocotyle voorvruchten (grassen, granen) kunnen problemen met dit aaltje verminderen.
Breedbladige onkruiden (dycotyl dus waardplant) moeten in het graan dan wel volledig onder controle zijn. Wanneer er op een perceel problemen zijn met Meloidogyne hapla dan kan de teelt van vlinderbloemigen beter worden vermeden.
Door de grote sterfte bij oplopende temperaturen zorgt uitstel van zaai- en planttijdstip in het voorjaar voor een sterke verlaging van de beginbesmetting.
Wanneer penwortelvormende gewassen in het begin van het seizoen al vertakkingen vertonen kan het gewas beter worden ondergewerkt. De vertakkingen zijn onherstelbaar, zodat het geen zin heeft het gewas tot aan de oogst te laten staan. Bovendien zal door vroegtijdig onderwerken een sterke daling van de besmetting optreden door de lange braakperiode.

Granulaten hebben bij volveldstoepassingen een positief effect rond de opkomst en de penvorming. Ze zijn echter zelden financieel rendabel in de bieten. Ze voorkomen de vermeerdering van M. hapla niet maar zorgen wel dat er minder vermeerdering van de aaltjes zal zijn. Granulaten zijn niet op alle grondsoorten even effectief.
Kijk voor de juiste toelatingen op de site van het CTB http://www.ctb.agro.nl/

 

 

De penwortel vertakt door aantasting met M. hapla.

Plantwegval door aantasting met M. hapla. De aantasting leidt ook tot vertakte penwortels.