Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Meloidogyne fallax in aardappel

Het bedrieglijk maïswortelknobbelaaltje vermeerdert sterk op aardappelen en veroorzaakt ernstige schade. De schade in aardappelen is vooral kwalitatief. De schadedrempel ligt rond de 1 larve per 100ml grond.

Bestrijdingsadvies

M. chitwoodi en M. fallax zijn quarantaineorganismen waarvoor specifieke maatregelen gelden. Zie hiervoor de site van de NVWA De  teelt van uitgangsmateriaal op besmette percelen is niet verboden maar wordt sterk afgeraden, omdat het geproduceerde uitgangsmateriaal niet besmet mag zijn.

  • Net als voor de andere wortelknobbelaaltjessoorten biedt zwarte braak een goede mogelijkheid besmettingen af te bouwen. Dit is echter lang niet op alle percelen uitvoerbaar vanwege stuiven, slempen en zware onkruiddruk. Naast braak verlagen korte teelten de populatie. Voorbeelden zijn conservenerwten, spinazie en ijsbergsla. Deze gewassen moeten dan wel zo kort mogelijk op het veld staan, waardoor ze als een soort vanggewas werken.
  • Stamslaboon is een goed gewas om op te nemen in het bouwplan, omdat dit geen waardplant is voor M. chitwoodi en M. fallax.
  • Teel voorafgaand aan een gevoelig gewas een gewas dat M.fallax niet of weinig vermeerdert, zoals  witlof,  cichorei, ui, zomergerst, luzerne, resistente stamslaboon  en diverse bolgewassen, zoals lelie.
  • Zorg voor een perfecte onkruidbestrijding.
  • De kwaliteitsproblemen in aardappel zijn grotendeels te vermijden door de teelt van vroege rassen (vroegheidscijfer hoger dan 7). Vroege rassen moeten wel vroeg geoogst worden anders blijft er een risico op schade bestaan. Algemeen kan worden gesteld dat op besmette percelen m.u.v. vroege rassen er geen consumptieaardappelen  kunnen worden geteeld.

In combinatie met het hierboven genoemde kan de toepassing van granulaat in een halve dosering volvelds toegepast, bij een zeer lichte M. chitwoodi- besmetting helpen om de knolaantasting te voorkomen of te verminderen.
Alleen als aanvullende maatregel kan een natte grondontsmetting onder gunstige omstandigheden de besmetting voor een deel saneren. Dit zal als enige maatregel nooit voldoende zijn om (kwaliteits)schadevrij te kunnen telen bij de zeer gevoelige rassen. Een grondontsmetting kan een verkeerde gewas- en rassenkeuze nooit compenseren!
Kijk voor de juiste toelatingen op de site van het CTB  (ww.ctb-wageningen.nl).

Teel na het hoofdgewas alleen een groenbemester als stuifdek en spuit deze vijf weken na opkomst dood. Laat in geen geval uw groenbemester de winter overstaan.

 

 

 

M. fallax veroorzaakt kwaliteitsschade met uitwendige knobbels en inwendig eipakketten.