Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Meloidogyne chitwoodi in aardappel

Maïswortelknobbelaaltjes vermeerderen sterk op aardappelen en veroorzaken ernstige schade. De schade in aardappelen is vooral kwalitatief.
De schadedrempel ligt rond de 1 larve per 100ml grond. De M. chitwoodi-besmetting na de aardappelteelt is niet gerelateerd aan de besmetting voor de teelt maar is sterk afhankelijk van de vroegheid van het aardappelras. Innovator en Agria bleken relatief ongevoelig. Hansa en Victoria waren al bij lage beginbesmettingen vrij zwaar aangetast. Asterix, Saturna, Bildstar, Nicola en Diamant vielen daar tussen in.

Naarmate de rassen later afsterven, neemt de eindbesmetting toe. De M. chitwoodi-besmetting na de teelt is bij alle rassen hoog tot zeer hoog. In een volgteelt van een, voor M. chitwoodi-gevoelig gewas, is de kans op schade dan ook groot. Innovator en Agria bleken relatief ongevoelig. Hansa en Victoria waren al bij lage beginbesmettingen vrij zwaar aangetast. Asterix, Saturna, Bildstar, Nicola en Diamant vielen daar tussen in.

Bestrijdingsadvies

M. chitwoodi en M. fallax zijn quarantaineorganismen waarvoor specifieke maatregelen gelden. Zie hiervoor de site van de NVWA .
De teelt van uitgangsmateriaal op besmette percelen is niet verboden maar wordt sterk afgeraden, omdat het geproduceerde uitgangsmateriaal niet besmet mag zijn.

  • Net als voor de andere wortelknobbelaaltjessoorten biedt zwarte braak een goede mogelijkheid besmettingen af te bouwen. Dit is echter lang niet op alle percelen uitvoerbaar vanwege stuiven, slempen en zware onkruiddruk. Naast braak verlagen korte teelten de populatie. Voorbeelden zijn conservenerwten, spinazie en ijsbergsla. Deze gewassen moeten dan wel zo kort mogelijk op het veld staan, waardoor ze als een soort vanggewas werken.
  • Teel voorafgaand aan een gevoelig gewas een gewas dat geen waardplant is voor M. chitwoodi, namelijk witlof, vlas, luzerne, resistente stamslaboon, aardbei en diverse bolgewassen, zoals lelie.Als alternatief kunt u een gewas telen dat M.chitwoodi weinig vermeerdert, zoals suikerbiet, stamslaboon (rasafhankelijk), cichorei, ui en zomergerst. Zorg voor een perfecte onkruidbestrijding.
  • De kwaliteitsproblemen in aardappel zijn grotendeels te vermijden door de teelt van vroege rassen (vroegheidscijfer hoger dan 7). Vroege rassen moeten wel vroeg geoogst én geleverd worden, anders blijft er een risico op schade bestaan. Algemeen kan worden gesteld dat op besmette percelen, met uitzondering van de vroege rassen, er geen consumptieaardappelen kunnen worden geteeld.
    In combinatie met het hierboven genoemde kan de toepassing van granulaat in een halve dosering volvelds,  bij een zeer lichte M. chitwoodi-besmetting helpen om de knolaantasting te voorkomen of verminderen.
    Alleen als aanvullende maatregel kan een natte grondontsmetting onder gunstige omstandigheden de besmetting voor een deel saneren. Dit zal als enige maatregel nooit voldoende zijn om (kwaliteits)schadevrij te kunnen telen bij de zeer gevoelige rassen. Een grondontsmetting kan een verkeerde gewas- en rassenkeuze nooit compenseren!
    Kijk voor de juiste toelatingen op de site van het CTB www.ctb-wageningen.nl

Teel na het hoofdgewas alleen een groenbemester als stuifdek en spuit dit vijf weken na opkomst dood. Laat in geen geval uw groenbemester de winter overstaan. Een M. chitwoodi-resistente bladrammenas kan wel de winter over blijven staan. Als u hiervoor
kiest, let dan op de aanwezigheid van andere schadelijke aaltjessoorten, waarvoor bladrammenas niet resistent is.

 

 

Schade veroorzaakt door M. chitwoodi uit zich in kwaliteitsverlies met uitwendige knobbels en inwendig zijn eipakketten zichtbaar.