Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Heterodera betae in suikerbiet

Het gele bietencysteaaltje vermeerdert zich goed op suikerbiet. Daarnaast veroorzaakt het aaltje ook sterke schade in het gewas

In eerste instantie zijn er problemen rondom opkomst. Bij hoge beginbesmettingen kunnen planten pleksgwijs achterblijven in groei of zelfs wegvallen. Later in het seizoen hangen planten slap (slapende bieten), wat typerend is voor een aantasting van het bietencysteaaltje. De buitenste bladeren vergelen en sterven af en de penwortel is slecht ontwikkeld.
Wanneer een plant wordt opgegraven zijn er citroenvormige cysten op het wortelstelsel te zien. De wortels vertonen baardvorming.

Behalve op suikerbieten kunnen gele bietencysteaaltjes zich ook goed vermeerderen op alle waardplanten van het witte bietencysteaaltje zoals voederbieten, kroten en spinazie, alle koolsoorten, koolzaad, stoppelknollen en rabarber. Bladrammenas en gele mosterd zijn ook waardplant (behalve de resistente rassen). Daarnaast zijn ook een aantal vlinderbloemigen waardplant zoals, stamslaboon, tuinboon, en in mindere mate enkele klavers. Erwten ondervinden wel schade maar zijn geen waardplant.

Op de site van het IRS (www.irs.nl) kunt u nog meer informatie vinden over bietencysteaaltjes in bieten.

Voor het gele bietencysteaaltje ligt de bestrijding eenvoudiger dan voor het witte bietencysteaaltje. Bij een 1:4 rotatie (of ruimer) zijn er geen problemen te verwachten. De risico's worden groter wanneer er naast bieten andere waardplanten, zoals koolsoorten, kroten of rabarber, in de rotatie worden opgenomen. Kruisbloemige en ganzevoetachtige onkruiden vallen hier ook onder.

De toepassing van een granulaat is in de bietenteelt zelden financieel rendabel.

Achtergrondinformatie

Het gele bietencysteaaltje wordt pas actief wanneer de bodemtemperatuur boven de 15° Celsius stijgt. Bieten kunnen al bij lagere temperaturen gezaaid worden en met kieming en groei starten. Door vroege zaai is er in de beginfase nog geen aantasting door het aaltje en blijft de schade beperkt.
Resistente groenbemesters kunnen een bijdrage leveren aan de beheersing van het bietencysteaaltje. Een gegarandeerd resultaat wordt alleen bereikt wanneer een resistent mosterd- of bladrammenasras gedurende een heel seizoen als zomerbraak wordt geteeld. Bladrammenas leent zich hier het beste voor omdat rammenas ook na maaien (ter preventie van zaadvorming) hergroei geeft. Alleen in warme zomers heeft de teelt van deze resistente groenbemesters, na vroegruimende gewassen als granen, een sterkere, sanerende werking dan zwarte braak. De term aaltjesresistent die bij deze groenbemesters wordt gebruikt is misleidend omdat de resistentie alleen opgaat voor bietencysteaaltjes.

Natte grondontsmetting bij bieten is vaak niet rendabel. Schade wordt wel voorkomen maar na de bietenteelt is aaltjespopulatie snel weer op een dusdanig hoog niveau dat het lijkt alsof er geen ontsmetting heeft plaatsgevonden.

 

 

 

Voederbiet met een aantasting door gele bietencysteaaltjes. Het uit zich ook doordat de bieten op het midden van de dag gaan hangen, zogenaamde 'slapende bieten' wanneer daar qua temperatuur of droogte eigenlijk niet echt aanleiding voor is.

Suikerbiet met een aantasting door gele bietencysteaaltjes. Hier zijn de inmiddels licht geel verkleurde bietencysten zichtbaar op de fijne wortels van de bietenplant.