Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Ditylenchus dipsaci in maïs

Stengelaaltjes vermeerderen zich matig op maïs en veroorzaken ook matige schade.

Maïsplanten vallen om doordat de stengelbasis wordt aangetast.

De aaltjes kunnen met het zaad worden overgebracht, terwijl een aantasting ook kan voortkomen uit een bodembesmetting.

Bestrijdingsadvies

Veel gewassen zijn waardplanten voor één of meer rassen van het stengelaaltje. Het rasonderscheid is moeilijk. Dit maakt het onmogelijk om sluitende oplossingen te vinden binnen de vruchtwisseling. Wel zijn er een paar hints te geven. Wanneer er een zware aantasting is gevonden in rogge of uien, dan is de vruchtopvolging met aardappelen of bieten af te raden. Het aaltje vermeerdert zich op aardappel niet sterk, maar het risico op knolaantasting is groot. Ook het risico op een slechte opkomst van bieten is groot. Wanneer ooit een besmetting is geconstateerd dan is het vanwege risico op schade in uien en aardappel beter erwten, stamslaboon en veldboon niet langer in het bouwplan op te nemen. Deze gewassen kunnen, symptoomloos, zware besmettingen met Ditylenchus dipsaci opbouwen. Hoe zwaarder de grond des te voorzichtiger men moet zijn met de terugkeer van gevoelige gewassen op percelen waar eerder problemen zijn geweest.

Gerst, tarwe, cichorei en witlof drukken de populatie en zijn dus goede gewassen in de vruchtwisseling. 

 

 

Sterk en minder sterk aangetaste planten. De stengelvoet is voos en verdikt. De bladranden zijn gegolfd en de bladeren gedraaid.

(foto MJPG serie PD)

Plek in een perceel mais met aantasting door D.dipsaci; vooral de stengelbasis wordt aangetast waardoor de planten gemakkelijk omwaaien. (foto PD)

Aantasting door D.dipsaci.

(foto Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen)

Aantasting door D.dipsaci.

(foto Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen)

Aantasting door D.dipsaci, detail.

(foto Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen)