Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Ditylenchus dipsaci in ui

Stengelaaltjes veroorzaken kroef of bolbroek in uien en sjalotten. De bladeren blijven klein, gedrongen, broos en zijn blauwachtig van kleur. De bollen zelf zijn vaak voos en gebarsten. Bij zware aantasting vallen planten weg. Vooral bij vochtig en koud weer worden de plekken steeds groter. In de bewaring gaat de aantasting door. Op besmette grond zijn bovengronds in tweedejaars plantuien zelden symptomen te zien, maar er ontstaan wel scheuren in de bolbodem.

Bestrijdingsadvies

Wanneer ooit een besmetting is geconstateerd, dan is het vanwege risico op schade in uien en aardappel beter erwten, stamslaboon en veldboon niet langer in het bouwplan op te nemen. Deze gewassen kunnen, symptoomloos, zware besmettingen met Ditylenchus dipsaci opbouwen. Hoe zwaarder de grond des te voorzichtiger moet men zijn met de terugkeer van gevoelige gewassen op percelen waar eerder problemen zijn geweest.
Tarwe en witlof drukken de populatie en zijn dus goede gewassen in de vruchtwisseling.

Achtergrondinformatie

De voor de akkerbouw belangrijkste rassen van het stengelaaltje zijn het uienras en het roggeras. In de bloembollen is het tulpenras een quarantaine organisme.

 

 

In dit uienperceel is een grote valplek te zien door aantasting met stengelaaltjes. Bovengronds is te zien dat de planten verdraaiingen en vervormingen hebben. Verdikte stengelaanzet net boven de bol.

Zaaiuien planten aangetast door D.dipsaci; Symptomen: gedrongen planten (bolbroek) die slecht ontwikkeld zijn.