Snelzoeken

Vind snel gegevens voor:
in gewas:

Ditylenchus dipsaci (stengelaaltje) in tulp

Stengelaaltjes in tulp behoren tot de quarantaine ziekten, waarvoor wettelijke maatregelen van kracht zijn. Het is verplicht een aantasting te melden aan de BKD.
Stengelaaltjes kunnen op tulp goed vermeerderen en veroorzaken ernstige schade.
Het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci) is van alle aaltjessoorten die bloembollen aantasten de meest schadelijke.
Op de bovengrondse delen ontstaan lichtgele tot witte vlekjes of zwellingen die tot grotere plekken kunnen samensmelten. Dikwijls vertoont de opperhuid daar scheurtjes met witte, rafelige randjes. Vooral in de bloemen kunnen dergelijke zwellingen uitgroeien tot wratachtige woekeringen; dikwijls blijft het gedeelte van het bloemblad boven een zieke plek geheel of ten dele groen. Bij ernstige aantastingen ontstaan in de bladeren en bloemen gaten met rafelige randen.Vaak is de stengel vlak onder de bloem aan één kant aangetast, waardoor deze kromgroeit en de bloem scheef op de stengel komt te staan.
Aangetaste bollen verdrogen vaak tijdens de bewaring en worden meestal secundair aangetast door Penicillium en mijten.
In zandgrond kan het tulpenstengelaaltje bij afwezigheid van een vatbare waardplant zich maar enkele jaren handhaven. In zavel- en kleigrond zijn de overlevingskansen veel gunstiger.
De verspreiding kan plaatsvinden met aangetaste bollen en (in mindere mate) door verplaatsing van besmette grond, bijvoorbeeld aan machines of door de wind.
Bij langzame uitdroging gaan de aaltjes over in een rusttoestand (aaltjeswol) en kunnen op die manier lang overleven.

Bestrijdingsadvies

De NVWA heeft per 1 januari 2016 het opleggen van teeltverboden gestaakt. In plaats van het teeltverbod is het Perceel Register Stengelaal gekomen. In dit register zijn de teeltplaatsen waarop besmette partijen bloembollen zijn geteeld opgenomen. Op deze percelen mogen geen bloembolwaardplanten* geteeld worden. Wanneer na grondonderzoek blijkt dat dat er geen stengelaaltjes aanwezig zijn, krijgt het perceel de status 'vrij'. Belanghebbenden kunnen inzage krijgen in de historie van een perceel.

* Deze bloembolwaardplanten en de andere maatregelen op bedrijf en partij staan op de website van de BKD

Bij de vondst van stengelaal in een partij bloembollen legt BKD in opdracht van de NVWA beperkende maatregelen op de partij op en op andere partijen bloembollen van het bedrijf. Een medewerker van BKD bespreekt dit in een persoonlijk gesprek met het bedrijf.

Als in een partij bloembollen stengelaal wordt geconstateerd, dan is verhandeling bestemd voor doorteelt niet toegestaan. Besmette partijen kunnen onder strikte voorwaarden worden bestemd voor opplant op eigen opplant, afzet in kleinverpakking in de EU of voor afbroei op eigen bedrijf (bloemproductie en op pot). In alle situaties gelden er strikte voorwaarden en voorafgaand aan het gebruik een droge keuring door BKD waaruit blijkt dat er geen symptomen van stengelaal aanwezig zijn. Daarnaast houdt de BKD toezicht op het bedrijf op het gescheiden houden van partijen en het toepassen van een juiste bedrijfshygiëne.

Plantgoed van besmette partijen kan alleen op eigen bedrijf worden opgeplant als de BKD vooraf in een droge keuring heeft vastgesteld dat er géén symptomen van stengelaal aanwezig zijn.

  • Er is geen afdoende bestrijding van stengelaaltjes in tulpenbollen. Besmette partijen worden daarom vernietigd onder toezicht van de Bloembollenkeuringsdienst.
    Om vanuit zieke bollen achtergebleven aaltjes in fust te bestrijden het fust 15 minuten dompelen in water van 60° Celsius.

Achtergrondinformatie

Al meer dan een eeuw lang is het stengelaaltje een voortdurende bedreiging voor de bloembollenteelt en de export. Ook internationaal worden stengelaaltjes gezien als een zeer schadelijk organisme. Ter bescherming van de bloembollenteelt is de bestrijding en beteugeling van de stengelaaltjes apart geregeld in beleidsregels van de NVWA.

Blad en bloem vertonen ernstige symptomen van een stengelaaltjes aantasting. Een aantasting begint met witte vlekjes of zwellingen op het blad die overgaan in rafelige scheuren. Kenmerkend is verder een aantasting van de stengel vlak onder de bloem, waardoor de bloem veelal kromgroeit. Aangetaste bloembladdelen blijven vaak groen.

Op de buitenste bolrok ontstaat een vuilwitte, marmerachtige naar boven uitwaaierende verkleuring. Later wordt het weefsel bruin en korrelig.

Bij doorsnijden van een aangetaste bol zijn als een ringvormige verbruining de aangetaste bolrokken zichtbaar.

Tijdens de bewaring drogen de aangetaste bollen in en worden ze vaak ook aangetast door Penicillium en mijten. Het ziektebeeld kan verward worden met zuur.