Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Ditylenchus dipsaci (stengelaaltje) in tulp

Stengelaaltjes in tulp behoren tot de quarantaine ziekten, waarvoor wettelijke maatregelen van kracht zijn. Het is verplicht een aantasting te melden aan de NVWA.
Stengelaaltjes kunnen op tulp goed vermeerderen en veroorzaken ernstige schade.
Het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci) is van alle aaltjessoorten die bloembollen aantasten de meest schadelijke.
Op de bovengrondse delen ontstaan lichtgele tot witte vlekjes of zwellingen die tot grotere plekken kunnen samensmelten. Dikwijls vertoont de opperhuid daar scheurtjes met witte, rafelige randjes. Vooral in de bloemen kunnen dergelijke zwellingen uitgroeien tot wratachtige woekeringen; dikwijls blijft het gedeelte van het bloemblad boven een zieke plek geheel of ten dele groen. Bij ernstige aantastingen ontstaan in de bladeren en bloemen gaten met rafelige randen.Vaak is de stengel vlak onder de bloem aan één kant aangetast, waardoor deze kromgroeit en de bloem scheef op de stengel komt te staan.
Aangetaste bollen verdrogen vaak tijdens de bewaring en worden meestal secundair aangetast door Penicillium en mijten.
In zandgrond kan het tulpenstengelaaltje bij afwezigheid van een vatbare waardplant zich maar enkele jaren handhaven. In zavel- en kleigrond zijn de overlevingskansen veel gunstiger.
De verspreiding kan plaatsvinden met aangetaste bollen en (in mindere mate) door verplaatsing van besmette grond, bijvoorbeeld aan machines of door de wind.
Bij langzame uitdroging gaan de aaltjes over in een rusttoestand (aaltjeswol) en kunnen op die manier lang overleven.

Bestrijdingsadvies

Bij het aantreffen van een besmetting is men verplicht de NVWA te waarschuwen.
Op een met stengelaaltjes besmet perceel mogen gedurende 10 jaar geen vatbare bolgewassen geteeld worden. Het teeltverbod kan onder toezicht van de NVWA met verschillende maatregelen ingekort worden. Raadpleeg voor gedetailleerde informatie de NVWA.

  • Er is geen afdoende bestrijding van stengelaaltjes in tulpenbollen. Besmette partijen worden daarom vernietigd onder toezicht van de Bloembollenkeuringsdienst.
    Om vanuit zieke bollen achtergebleven aaltjes in fust te bestrijden het fust 15 minuten dompelen in water van 60° Celsius.

Achtergrondinformatie

Al meer dan een eeuw lang is het stengelaaltje een voortdurende bedreiging voor de bloembollenteelt en de export. Ook internationaal worden stengelaaltjes gezien als een zeer schadelijk organisme. Ter bescherming van de bloembollenteelt is de bestrijding en beteugeling van de stengelaaltjes apart geregeld in beleidsregels van de NVWA.

 

 

Blad en bloem vertonen ernstige symptomen van een stengelaaltjes aantasting. Een aantasting begint met witte vlekjes of zwellingen op het blad die overgaan in rafelige scheuren. Kenmerkend is verder een aantasting van de stengel vlak onder de bloem, waardoor de bloem veelal kromgroeit. Aangetaste bloembladdelen blijven vaak groen.

Op de buitenste bolrok ontstaat een vuilwitte, marmerachtige naar boven uitwaaierende verkleuring. Later wordt het weefsel bruin en korrelig.

Bij doorsnijden van een aangetaste bol zijn als een ringvormige verbruining de aangetaste bolrokken zichtbaar.

Tijdens de bewaring drogen de aangetaste bollen in en worden ze vaak ook aangetast door Penicillium en mijten. Het ziektebeeld kan verward worden met zuur.