Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Ditylenchus destructor (destructoraaltje) in tulp

Destructoraaltjes vermeerderen goed op hardschalige tulp en veroorzaken ernstige schade.
De ziekte komt alleen voor bij een aantal Tulipa-soorten met een erg harde, stugge huid, zoals T. praestans, T. saxatilis, T. sylvertris, T. tarda, T. urumiensis, e.a.
In het veld komen aangetaste bollen niet op of ze vormen een zwakke plant met lichtgroen blad, een fletse bloemkleur of voortijdig verwelkte bloemen.
Hoewel de bollen bij het rooien meestal geen kenmerkende symptomen vertonen, vormt de aanwezigheid van een kloof in de bolbodem een eerste aanwijzing dat de bol ziek is. Van ernstig zieke knollen breekt de wortelkrans tijdens de bewaring niet door. Het vóórtijdig sterk uitlopen van de spruit bij sommige van de dikste bollen is een bewijs dat de aantasting in de partij aanwezig is.
Verspreiding van de ziekte vindt voornamelijk plaats met aangetast plantmateriaal, maar ook met besmette grond. Zonder waardplant kunnen de aaltjes in de grond maximaal twee jaar overleven.

Bestrijdingsadvies

  • Aangetaste planten verwijderen.
  • Het plantgoed direct na het rooien gedurende 1-3 weken bij 30° Celsius bewaren. Vervolgens 24 uur voorweken, waarna een warmwaterbehandeing van 2,5 uur bij 43,5° Celsius kan worden uitgevoerd. Na de behandeling de bollen snel drogen en bij de gebruikelijke temperatuur bewaren.
  • Besmette grond gedurende 8 weken inunderen.
  • Een vruchtwisseling aanhouden van ten minste 1 op 3 met niet-waardplanten, zoals lelie en narcis.
 

 

Op het veld is een aantasting te herkennen door een slechte opkomst van zieke bollen. Planten van zieke bollen zijn lichtgroen en hebben een fletse bloemkleur. Bloemen kunnen vroegtijdig verwelken.

In de loop van de bewaring ontstaan symptomen op de bol. Kenmerkend is de aanwezigheid van een kloof in de bolbodem. Verder kunnen op de buitenste bolrok stippen en vlekjes voorkomen. Per cultivar kan de kleur van deze stipppen en vlekjes verschillen.