Snelzoeken

Vind snel gegevens voor

in gewas


Zoeken
 

Ditylenchus destructor (destructoraaltje) in gladiool

Het destructoraaltje tast alleen de knollen aan van kleinbloemige gladiolen. Bovengronds zijn geen symptomen zichtbaar. Bij een lichte aantasting ontstaan fijne, lichtbruine veegjes, die vanuit de basis van de knol omhoog lopen. Naar boven toe verbreden ze zich en gaan over in verkurkte plekken. Verkurking van ziek weefsel kan tot diep in de knol voorkomen. Later verschrompelt dit, waardoor dergelijke knollen 'los in de huid' zitten. Knollen die bij het planten zwaar tot matig ziek zijn, gaan geheel verloren of vormen een kleiner aantal spruiten. De jonge knollen worden pas laat in het groeiseizoen vanuit de moederknol aangetast. Daardoor valt de ziekte op het veld en kort na de oogst niet op.
Bestrijding
De knollen na het rooien 8 weken bewaren bij 23° Celsius en vervolgens een warmwaterbehandeling geven van 4 uur bij 43,5° Celsius. 
Bestrijdingsmaatregelen nemen volgens geldende adviezen om tijdens de warmwaterbehandeling verspreiding van schimmelziekten te voorkomen.
 

 


In knollen van kleinbloemige gladiolen veroorzaakt het destructoraaltje bij een lichte aantasting fijne lichtbruine veegjes, die vanuit de basis van de knol omhoog lopen. Naar boven toe verbreden deze veegjes en gaan over in verkurkte plekken. Verkurking kan tot diep in de knol voorkomen. Later treedt verschrompeling op en zitten de aangetaste knollen los in de huid.